Interview met internist in opleiding Lando Janssen

Nieuws
door
Lando Janssen en cmyCML

In dit interview spreken we met Lando Janssen, internist in opleiding. Tijdens zijn promotieonderzoek richtte hij zich op de bijwerkingen van TKI’s bij CML-patiënten. We praten met hem over zijn onderzoek, wat hij heeft ontdekt over spierklachten en vermoeidheid, en welke praktische tips hij heeft voor patiënten om beter om te gaan met deze bijwerkingen.

Afbeelding
Lando Janssen

Even voorstellen

Ik ben Lando Janssen, internist in opleiding. Eind dit jaar begin ik met mijn specialisatie in hematologie (bloedziekten). Voordat ik aan mijn opleiding startte, heb ik vier jaar promotieonderzoek gedaan naar bijwerkingen van tyrosine kinase inhibitoren (TKI’s) bij patiënten met chronische myeloïde leukemie (CML).

Waarom hematologie?

Hematologie is een vakgebied met veel nieuwe ontwikkelingen. Er komen steeds nieuwe mogelijkheden om ziektes op te sporen en te behandelen bij. Hierdoor kunnen patiënten steeds beter worden geholpen. Daarnaast vind ik het interessant dat deze specialisatie zowel acute als chronische zorg omvat. Dit betekent dat je een groot deel van de patiënten langdurig begeleidt en een intensieve behandelrelatie opbouwt. Hematologische ziektes kunnen bij mensen van alle leeftijden voorkomen. Als arts help je patiënten in verschillende levensfases, met een behandeling die past bij hun persoonlijke situatie. De combinatie van innovatieve behandelingen en het intensieve contact met patiënten maakt dit vakgebied voor mij erg interessant.

Promotieonderzoek naar bijwerkingen van TKI’s bij CML-patiënten

TKI’s hebben de behandeling van CML enorm verbeterd. Dankzij deze medicijnen hebben CML-patiënten meestal een goede overleving. Maar deze medicijnen hebben ook bijwerkingen. Aangezien veel patiënten TKI’s lang of zelfs hun hele leven moeten gebruiken, kunnen deze bijwerkingen veel invloed hebben op hun dagelijks leven. Daarom vond ik het belangrijk om hier onderzoek naar te doen.

Welke bijwerkingen van TKI’s heb je onderzocht?

Ik heb gekeken naar bijwerkingen die vaak voorkomen, zoals vermoeidheid en spierklachten. Dit hebben we onderzocht in het laboratorium met spiercellen én bij mensen met CML. Daarnaast heb ik onderzoek gedaan naar problemen met de suikerhuishouding bij patiënten die nilotinib gebruiken.

Belangrijkste uitkomsten van het onderzoek

Uit het onderzoek zijn een aantal inzichten gekomen over de invloed van TKI’s op het lichaam:

Energiehuishouding in spieren:

Ons onderzoek laat zien dat TKI’s invloed kunnen hebben op de manier waarop spieren energie maken. Dit speelt mogelijk een rol bij het ontstaan van spierklachten. Het lijkt erop dat mensen zonder spierklachten deze verstoring in de spieren beter kunnen opvangen dan mensen met spierklachten. Opvallend is dat spierklachten en vermoeidheid vaak tegelijk voorkomen. Daarom denken we dat ook vermoeidheid valt terug te leiden naar de effecten van TKI’s op de energiehuishouding in spieren.

Suikerhuishouding en hart- en vaatziekten:

Patiënten die nilotinib gebruiken, kunnen meer kans hebben op schommelingen in hun bloedsuiker. Omdat deze patiënten ook een hoger risico hebben op hart- en vaatziekten, is het belangrijk om te voorkomen dat de bloedsuikerspiegel te hoog wordt. Wij ontdekten dat deze schommelingen te maken hebben met hoe gevoelig spieren zijn voor insuline. Insuline is een hormoon dat ervoor zorgt dat suiker wordt opgenomen in cellen (om uiteindelijk energie te produceren). Doordat de spieren van patiënten die nilotinib gebruiken minder gevoelig kunnen worden voor insuline, kan de hoeveelheid suiker in het bloed toenemen. Dit kan bijdragen aan een hoger risico op hart- en vaatziekten.

Heb je tips voor patiënten die veel last hebben van bijwerkingen?

Blijf in beweging:

Zoals hierboven uitgelegd, laat ons onderzoek zien dat spierpijn, vermoeidheid en verstoringen in suikerhuishouding door TKI’s mogelijk zijn terug te leiden naar verstoringen van energieproductie in spieren. Door middel van fysieke activiteit kan je spieren trainen om de energieproductie te verbeteren. Daarom zou ik adviseren aan patiënten die deze bijwerkingen van TKI’s ervaren om zo goed mogelijk in beweging te blijven.

Bewegen is veilig:

Bewegen kan spierklachten juist uitlokken bij sommige patiënten die TKI’s gebruiken. Daarom hebben we onderzocht of bewegen ook echt leidt tot spierschade. Gelukkig is dat niet zo. Het is ook mogelijk dat vermoeidheid ervoor zorgt dat patiënten minder bewegen. Maar het is belangrijk om te weten dat minder bewegen er juist voor kan zorgen dat de vermoeidheid blijft.

Toekomstig onderzoek

Er zijn aanwijzingen dat bewegen kan helpen tegen bijwerkingen van TKI’s, maar hier is nog geen onderzoek naar gedaan. Daarom weten we niet precies welke manier van bewegen het beste werkt. Het zou interessant zijn om te onderzoeken of een trainingsprogramma kan worden ontwikkeld dat deze bijwerkingen vermindert. Zo’n programma zou bijvoorbeeld een combinatie kunnen zijn van conditietraining en spierversterkende oefeningen. Het gebruik van extra medicijnen om bijwerkingen van TKI’s te verminderen lijkt mij een minder goede oplossing, omdat dit weer nieuwe bijwerkingen kan geven. Bovendien heeft bewegen veel andere gezondheidsvoordelen.

Nogmaals dank aan alle deelnemers aan de onderzoeken die ervoor gezorgd hebben dat we nu meer weten over het ontstaan van bijwerkingen door TKI’s!