Sinds 2001 wordt CML behandeld met medicijnen die TKI's worden genoemd.
TKI is de afkorting van de moeilijke medicijnnaam tyrosine kinase remmers.
Door de komst van TKI's leven CML-patiënten ongeveer even lang als mensen zonder CML.
Het is belangrijk dat het BCR::ABL niveau goed naar beneden gaat door de TKI.
Lukt dat niet? Dan kan de levensverwachting slechter zijn.
Er zijn zes verschillende TKI's:
Tussen haakjes staan de merknamen van de medicijnen. Die worden steeds minder gebruikt. Voor meer uitgebreide informatie over TKI's kun je kijken bij medicijnen.
De behandelrichtlijn beschrijft hoe mensen met CML het beste behandeld kunnen worden.
De behandelrichtlijn wordt geschreven door dokters die expert zijn op het gebied van CML. Ze gebruiken daarvoor de beste wetenschappelijke kennis.
Als het goed is behandelen alle artsen hun patiënten volgens die richtlijn.
Soms moeten ze andere keuzes maken als ze daar een goede reden voor hebben en die met je bespreken.
Zonder behandeling is CML een dodelijke ziekte.
Met behandeling is CML meestal heel goed te onderdrukken.
Dan is CML niet meer gevaarlijk.
Het is heel belangrijk dat je de behandeling precies neemt zoals je dokter zegt.
Ook de controles zijn erg belangrijk om te zien of de behandeling goed werkt.
De witte bloedcellen moeten normaal worden. Ook het aantal cellen met BCR::ABL moet afnemen tot hele lage waarden.
Het eerste doel is: normale bloedcelgetallen.
Dit heet de hematologische respons.
| Doelen | Het aantal witte bloedcellen is terug naar normaal Er zitten geen onrijpe witte bloedcellen meer in het bloed De milt is weer normaal van grootte geworden (meestal is de milt veel groter dan normaal als de ziekte ontdekt wordt) |
| Wanneer gemeten? | Elke 7-14 dagen na de start van je behandeling tot het doel is bereikt. Daarna elke 1-3 maanden |
Het tweede doel is: het aantal BCR::ABL moet omlaag
Dit heet de moleculaire respons of de BCR::ABL respons.
Dit wordt in het bloed gemeten met een DNA test (ook PCR test genoemd).
| Doel 1 | Het abnormale BCR::ABL DNA gaat sterk omlaag tijdens de behandeling: na 3 maanden onder 10%, na 6 maanden onder 1%, na 12 maanden onder 0,1% |
| Wanneer gemeten? | In het eerste jaar elke 3 maanden. |
| Doel 2 | Het abnormale BCR::ABL DNA is 0% of bijna 0% |
| Waarom een extra doel? | Als dit bereikt wordt is dat heel gunstig. Als de behandeling lang genoeg geduurd heeft kan geprobeerd worden te stoppen met de pillen. Soms blijft de ziekte dan weg of nauwelijks meetbaar. |
In sommige gevallen wordt gekeken naar het aantal cellen met het Philadelphia-chromosoom in het beenmerg.
Dit heet de cytogenetische respons of de chromosoomrespons.
Dit onderzoek wordt minder vaak gedaan dan het meten van je BCR::ABL.
| Doel | In de beenmergcellen worden geen cellen met het Philadelphia-chromosoom meer gevonden. Dit heet ook wel een ‘complete cytogenetische respons’ (CCyR). |
| Wanneer gemeten? | Diagnose of niet goed werken van de TKI behandeling |