In het eerste jaar nadat CML bij jou ontdekt is, wordt jouw BCR::ABL waarde in ieder geval na 3, 6, 9 en 12 maanden gecontroleerd.
Als jouw CML niet goed onder controle is wordt de BCR::ABL waarde vaker gecontroleerd.
Als de reactie op de medicijnen niet goed genoeg is zal de arts meer onderzoek moeten doen. De arts kijkt hier naar het DNA van de zieke cellen.
Het kan zijn dat het DNA van de zieke cellen veranderd is.
Dat heet een mutatie.
Soms veroorzaken mutaties dat de medicijnen niet meer werken.
Dan wordt ziekte resistent of ongevoelig genoemd.
Om mutaties te vinden wordt ook een DNA test gedaan.
Dit is een andere test dan die voor de BCR::ABL bepaling wordt gebruikt.
Sommige mensen hebben geen mutatie maar reageren toch niet goed op de behandeling.
Dit kan komen doordat het medicijn slecht wordt opgenomen door de maag of darmen. Om dat vast te stellen kan in het bloed gemeten worden of er wel genoeg medicijn in het bloed zit.
Als het te weinig is moet er soms een dubbele dosis worden genomen.
Het meten van de hoeveelheid medicijn in het bloed heet een bloedspiegelbepaling.