Onderzoek naar CML: Stoppen met medicatie

Nieuws
door
Mahon et al. 2024

CML-patiënten die succesvol worden behandeld met CML-medicijnen (TKI's) kunnen misschien stoppen met deze medicijnen. Het internationale onderzoek onderzocht verschillende kenmerken om te bepalen welke patiënten goed en veilig kunnen stoppen met hun medicatie. Lees meer over dit onderzoek in dit artikel.

Wat is het onderzoek?

Wat?

De EURO-SKI-studie is een groot onderzoek naar het stoppen met CML-medicijnen. Deze medicijnen worden gebruikt voor patiënten met CML. Het onderzoek kijkt naar patiënten die een goede behandeling hebben gehad en nu een diepe moleculaire remissie (DMR) hebben bereikt. DMR betekent dat de BCR::ABL1-waarde laag (onder de 0.01) is en de CML dus goed onder controle is. De studie onderzocht wat er gebeurt als deze patiënten stoppen met het nemen van TKI's.

Wie?

728 CML-patiënten die eerder succesvol waren behandeld met TKI's.

Doel?

Het doel van de studie is om te begrijpen of patiënten veilig kunnen stoppen met TKI's en om te kijken welke kenmerken belangrijk zijn voor het succes van het stoppen. De onderzoekers willen weten welke patiënten het beste kunnen stoppen zonder dat de ziekte terugkomt. Dit is belangrijk omdat het patiënten kan helpen om minder medicijnen te nemen en minder bijwerkingen te ervaren. Dit kan hun kwaliteit van leven verbeteren.

Hoe?

De onderzoekers volgden de patiënten drie jaar lang na het stoppen met de CML-medicatie om te zien hoeveel patiënten een BCR::ABL1-waarde van 0,1% of lager op de internationale schaal bleven houden.
LET OP!

Let op!

Stop nooit zelf met je CML-medicijn. Bespreek dit altijd eerst met je zorgverlener

Belangrijkste resultaten

  1. Behouden van een lage BCR::ABL1-waarde (Major Molecular Response) na het stoppen met medicatie:
  • Na 6 maanden: 61% (434 patiënten) bleef goed reageren op de behandeling (MMR)
  • Na 3 jaar: 46% (309 patiënten) bleef ook na 3 jaar goed reageren.
  1. Belangrijke kenmerken voor het behouden van lage BCR::ABL1-waarde na het stoppen met medicatie:
  • Duur van de behandeling: Hoe langer patiënten hun CML-medicijn hebben gebruikt, hoe groter de kans dat ze een lage BCR::ABL1-waarde blijven houden na stoppen.
  • BCR::ABL1-waarde onder de 0.1 (MMR): Patiënten die in MMR waren voordat ze stopten, hadden meer kans om goed te blijven reageren.
  • Type BCR::ABL1: Verschillende soorten van dit type BCR::ABL1 zijn belangrijk voor het succes van de behandeling.
  1. BCR::ABL1-waarde stijgt weer boven de 0.1 na 6 maanden
    Voor patiënten die 6 maanden na het stoppen met hun CML-medicijnen een stijging van hun BCR::ABL1-waarde boven de 0.1 zagen, speelden de volgende factoren een belangrijke rol:
  • Duur van het medicijngebruik: Patiënten die hun CML-medicatie langer hadden gebruikt, hadden een grotere kans dat hun BCR::ABL1-waarde stabiel bleef en niet boven de 0.1 steeg.
  • Percentage blasten (onrijpe jonge witte bloedcellen) bij diagnose: Hoe hoger het percentage blasten bij de diagnose CML, hoe groter de kans op een minder goede respons na het stoppen van de medicatie.
  • Aantal bloedplaatjes bij diagnose CML: Patiënten die bij de diagnose een hoger aantal bloedplaatjes hadden, hadden een grotere kans dat hun BCR::ABL1-waarde weer zou stijgen nadat ze stopten met hun medicijnen. Hierdoor was de kans kleiner dat ze de lage waarde van 0.1 konden behouden.

Conclusie

De studie laat zien dat de duur van de behandeling, het type BCR::ABL1 en de aanwezigheid van blasten (onrijpe jonge witte bloedcellen) belangrijke kenmerken zijn voor het behouden van een lage BCR::ABL1-waarde wanneer patiënten stoppen met de medicatie. Dit helpt artsen om beter te beslissen wie veilig kan stoppen met hun CML-medicijn.

Meer lezen over stoppen met CML-medicijnen?

Lees hier het volledige artikel over het onderzoek!

Bron: Mahon, F. X., Pfirrmann, M., Dulucq, S., Hochhaus, A., Panayiotidis, P., Almeida, A., ... & EURO-SKI Investigators. (2024). European stop tyrosine kinase inhibitor trial (EURO-SKI) in chronic myeloid leukemia: final analysis and novel prognostic factors for treatment-free remission. Journal of Clinical Oncology, 42(16), 1875-1880.