M N O P

M

  • Een groot orgaan links van de maag en onder het middenrif, dat dient om bloed op te slaan, oude bloedcellen af te breken, vreemde stoffen uit het bloed te filteren en lymfocyten (witte bloedcellen) te produceren. Een vergrote milt is een veel voorkomende bevinding bij de diagnose van CML.

  • Eiwitten (afweer- of antistoffen) die in een laboratorium worden ontwikkeld. Zij worden zo gemaakt dat ze stukjes van de buitenkant van kankercellen kunnen herkennen en eraan binden.

N

  • Nilotinib is een TKI. Behandeling met een TKI is een doelgerichte behandeling die, in CML, een specifiek eiwit blokkeert om te zorgen dat leukemie-cellen zich niet meer kunnen delen. Nilotinib is een tweedelijnsbehandeling.

  • Nederlandse Vereniging voor Hematologie voor artsen en wetenschappers die werkzaam zijn op het gebied van patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs betreffende ziekten van het bloed en de bloedvormende weefsels.

O

  • Inname via de mond.

P

  • Een gevoelige test die binnen CML wordt gebruikt om aan te tonen dat het BCR-ABL in bloed of beenmerg voorkomt en hoeveel. Hiermee kan de diagnose CML worden gesteld of het resultaat van de behandeling worden gevolgd.

  • Het abnormaal chromosoom dat bij patiënten met CML (en klein deel van de patiënten met acute lymfatische leukemie) wordt gevonden.

  • Afkorting voor het Philadelphia-chromosoom.

  • Antistofvormende cellen. Plasmacellen of plasmocyten zijn antistof/antilichaam producerende cellen die ontstaan uit B-lymfocyten. Het zijn speciale witte bloedcellen die antilichamen (immunoglobine, antistoffen) aanmaken. Dit speelt een belangrijke rol in de afweer.

  • Ponatinib is een TKI. Behandeling met een TKI is een doelgerichte behandeling die, in CML, een specifiek eiwit blokkeert om te zorgen dat leukemie-cellen zich niet meer kunnen delen. Ponatinib is een tweedelijnsbehandeling.

  • Afkorting voor patiënt.