CML wordt verdeeld in twee fasen.
De chronische fase en de blastencrisis.
CML wordt meestal in de chronische fase gevonden.
Tijdens de chronische fase hebben patiënten vaak maar weinig last van de klachten van CML.
De eerstelijnsbehandeling is het eerste medicijn dat wordt gekozen voor je behandeling.
Vaak is dit het medicijn 'Imatinib'. Maar je dokter kan om verschillende redenen kiezen voor een ander middel.
De TKI’s horen allemaal bij de groep medicijnen genaamd TKI’s.
Als je medicijn niet goed werkt kun je wisselen naar een ander medicijn.
Dit heet dan de tweedelijnsbehandeling.
Je kunt ook wisselen als je te veel last van bijwerkingen hebt.
Je TKI zorgt ervoor dat het BCR::ABL eiwit niet meer werkt.
Hierdoor gaan de cellen die BCR::ABL hebben dood. Je gezonde cellen blijven over.
Dus als jouw TKI goed werkt, vermindert de hoeveelheid BCR::ABL in je bloed.
Dat is een goed teken.
Jouw hematoloog controleert dus of de behandeling goed werkt door te kijken naar jouw BCR::ABL waarde.
In het eerste jaar nadat CML bij jou ontdekt is, wordt jouw
BCR::ABL waarde in ieder geval na 3, 6, 9 en 12 maanden gecontroleerd.
Als jouw CML niet goed onder controle is wordt de BCR::ABL waarde vaker gecontroleerd.
Ook wordt in het begin elke week of om de week het aantal bloedcellen gecontroleerd.
De hoog-risico chronische fase de chronische fase van CML, maar met bepaalde kenmerken die soms gepaard gaan met een slechtere reactie van de ziekte op medicatie.
De ziekte is nu moeilijker te behandelen.