Blasten zijn erg onrijpe bloedcellen.
Als je meer dan 20% blasten in je bloed hebt, zit je CML in de blastencrisis.
Deze blasten verdringen de normale bloedcellen in het bloed.
Daardoor word je ziek.
Dit is de ernstigste fase van CML.
Vaak reageren patiënten niet meer goed op hun behandeling in deze fase.
CML in de blastencrisis komt voor op 2 manieren:
Het is zeldzaam dat CML pas wordt ontdekt als je al in de blastencrisis zit.
Doordat je CML niet ontdekt is tijdens de chronische of acceleratiefase, heb je daar nog geen behandeling voor kunnen hebben gehad.
De behandeling in de blastencrisis is anders.
In dit geval wordt de behandeling van de blastencrisis gestart met het medicijn dasatinib.
Als het medicijn niet goed (genoeg) werkt, kan daarnaast chemotherapie worden gegeven.
Als je blastencrisis op een andere vorm van acute leukemie lijkt, kan je arts kiezen voor een behandeling die hierbij past.
De arts zal ook nadenken over een stamceltransplantatie die kan volgen.
Soms wordt CML wel al in de eerste fase ontdekt en behandeld, maar werkt de behandeling toch niet goed genoeg.
Dan kun je in de blastencrisis terecht komen.
Gelukkig komt dit bijna nooit voor.
In dit geval wordt er onderzoek (mutatieanalyse) gedaan om te kijken of er een verandering is in het BCR::ABL gen.
Ondertussen word je behandeld met medicijnen.
Dit kan met het medicijn dasatinib, bosutinib of ponatinib.
Als het medicijn werkt, wordt een stamceltransplantatie gedaan.
Werkt het medicijn niet genoeg, dan denkt je arts na over extra chemotherapie. Misschien lijkt je blastencrisis op een andere vorm van acute leukemie, en kiest je arts voor een behandeling die hierbij past.
Soms is een stamceltransplantatie niet mogelijk om allerlei redenen.
Dan blijf je behandeld worden met je TKI en als dat onvoldoende effect heeft kom je in aanmerking voor palliatieve zorg.
Palliatieve zorg wordt gegeven aan patiënten die niet meer genezen kunnen worden.
Het doel is om de patiënt zo veel mogelijk kwaliteit van leven te bieden en zo min mogelijk van de ziekte te laten voelen. Gelukkig werkt soms een TKI wel en kan de blastencrisis in chronische fase komen voor korte of langere tijd. Het risico is erg groot dat later alsnog de blastencrisis weer terugkomt en de palliatieve zorg geboden is.